Publicatie in het Haarlems Dagblad van 17 juni 2006 (Bijlage 'Goed Wonen')
Wat heeft een samenlevings-overeenkomst nou voor nut?
Dit is een vraag die mensen die ongehuwd samenwonen nog wel eens stellen.
Mensen die (gaan) samenwonen hebben gewoonlijk ook de wens voor elkaar te zorgen.
Zolang alles goed gaat, is een samenlevingsovereenkomst niet per sé nodig.
Maar zodra er iets mis gaat, kan een samenlevingsovereenkomst wel degelijk nuttig zijn. Denk bij het misgaan bijvoorbeeld aan uit elkaar gaan, aan overlijden van 1 van beiden of aan verlies van inkomsten van 1 van beiden (bijvoorbeeld door ontslag).
Neem bijvoorbeeld het geval van Josée en Peter. Josée is 23 jaar en Peter 21 jaar. Zij hebben samen een huis gekocht. Verder hebben ze niets geregeld.
Peter raakt betrokken bij een ongeluk en overlijdt.
Samenwoners erven niet automatisch van elkaar. Josée krijgt na het overlijden van Peter te maken met de erfgenamen van Peter, zijn ouders. Broers of zussen heeft Peter niet.
De ouders van Peter zijn, doordat zij geërfd hebben, eigenaar geworden van het hele vermogen van Peter. Hieronder vallen in elk geval de helft van de woning en zijn deel van de inboedelgoederen, met de bijbehorende schulden. Zij kunnen deze goederen bij Josée opeisen.
Wanneer de verhouding tussen Josée en haar schoonouders goed is en goed blijft, is wel een regeling te treffen, bijvoorbeeld dat Josée de inboedelgoederen en de helft van het huis overneemt. Zij moet daar dan wel voor betalen.
Maar wanneer de verhouding niet goed is (de ouders van Peter hebben Josée nooit geschikt gevonden voor hun zoon), is het maken van een dergelijke regeling moeilijk, misschien zelfs onmogelijk.
Alleen al het bereiken van overeenstemming over welke inboedelgoederen van wie zijn, kan veel ellende opleveren.
Zouden Josée en Peter een samenlevingsovereenkomst gemaakt hebben, zouden ze met een verblijvingsbeding hebben kunnen regelen dat de inboedel en de woning helemaal eigendom van Josée zouden worden. Zij moet dan wel de hele hypotheek op zich nemen. Josée zou dan geen onderhandelingen hebben hoeven voeren met de ouders van Peter over het overnemen van woning en inboedel.
Wanneer Peter via zijn werkgever pensioenrechten aan het opbouwen was, zou Josée in aanmerking kunnen komen voor een partnerpensioen. Veel pensioenfondsen kennen voor mensen die ongehuwd samenwonen een soort weduwen/weduwnaarspensioen, maar om daarvoor in aanmerking te kunnen komen eist het pensioenfonds vaak een (notariële) samenlevingsovereenkomst.
Door het niet tekenen van een samenlevingsovereenkomst kan Josée dus veel meer verliezen dan alleen haar partner.
[Bron]
|